Apotheek Korvelse Kerk

Korvelplein 184C 5025 JX Tilburg Tel:0132055015

Medische Encyclopedie

Inhoud

rotigotine

Rotigotine werkt hetzelfde als dopamine. Dopamine is een stof die van nature in de hersenen voorkomt.

Artsen schrijven het voor bij de ziekte van Parkinson en bij rusteloze benen.

Wat doet rotigotine en waarbij gebruik ik het?

Ziekte van Parkinson

Bij de ziekte van Parkinson kunnen de hersenen niet meer de juiste berichten versturen, bijvoorbeeld naar de spieren. Dit komt onder andere door een tekort aan dopamine. Dopamine is een boodschapperstof in de hersenen (neurotransmitter), waardoor zenuwen in de hersenen met elkaar communiceren.

Klachten
Er ontstaan bewegingsproblemen, zoals stijve spieren, beven, loop- en spraakstoornissen. De klachten van de ziekte van Parkinson worden in de loop van de jaren steeds sterker. De ziekte is niet te genezen.

Behandeling
Er zijn voor de ziekte van Parkinson veel soorten medicijnen beschikbaar die een deel van de klachten verminderen. Het moment waarop u met de medicijnen start, hangt af van uw lichamelijke klachten en van uw persoonlijke omstandigheden.

De arts past een stappenplan toe, waarin verschillende behandelingen elkaar opvolgen. Elk medicijn heeft namelijk maar gedurende een bepaalde periode voldoende effect. Als het effect afneemt, krijgt u een andere dosering of medicijn.

De arts kan beginnen met het medicijn rotigotine. Als rotigotine alleen niet genoeg werkt, kan de arts het combineren met levodopa. De arts bouwt de hoeveelheid langzaam op. Het opbouwen duurt meestal 3 tot 4 weken.

Werking
Rotigotine werkt zoals dopamine. Dopamine is een boodschapperstof in de hersenen. Bij de ziekte van Parkinson is daar te weinig van aanwezig.

De pleister geeft 24 uur lang een gelijke hoeveelheid rotigotine af aan de huid. Via de huid komt het medicijn langzaam in uw bloed. 

Effect
Na enkele dagen tot weken merkt u dat u minder stijf bent en makkelijker kunt bewegen.

Lees meer over ziekte van parkinson . “

Rusteloze benen

Klachten
Bij rusteloze benen (‘restless legs’) heeft u last van een kriebelend, jeukend, tintelend of pijnlijk gevoel in de benen, vooral in de kuiten. Soms heeft u dit gevoel ook in dijen, voeten, handen en/of armen. Hierbij heeft u meestal een sterke drang om dit lichaamsdeel te bewegen. Als u beweegt verdwijnt het gevoel.

De klachten komen meestal voor in rust en dus vaak tijdens het slapen. Hierdoor valt u moeilijk in slaap.

Oorzaak
De oorzaak van deze klachten is niet bekend. Oudere mensen hebben er meer kans op. In zeldzame gevallen kunnen de klachten veroorzaakt worden door bloedarmoede, zwangerschap, diabetes, medicijnen of een te langzaam werkende schildklier.

Behandeling
In sommige gevallen kunnen de klachten minder worden door een warme douche voor het slapengaan, spierontspannende oefeningen of een avondwandeling. Ook kunnen de klachten minder worden door de uren voor het slapengaan geen alcohol en coffeïne te gebruiken. Coffeïne zit vooral in koffie, thee, cola en chocolade.

Als de klachten ernstig blijven kan de arts rotigotine voorschrijven. De arts zal de hoeveelheid langzaam opbouwen. Dat duurt ongeveer 3 weken.

Effect
De pleister geeft 24 uur lang een gelijke hoeveelheid rotigotine af aan de huid. Via de huid komt het medicijn langzaam in uw bloed. 
Overleg na 6 weken met uw arts of uw klachten voldoende zijn verbeterd.

Lees meer over rusteloze benen . “

Wat zijn mogelijke bijwerkingen?

Regelmatig (bij meer dan 30 op de 100 mensen)

  • Huidirritatie op de plaats waar u de pleister plakt. Plak de pleister daarom steeds op een andere plek. Anders kunt u last krijgen van irritatie, jeuk, huiduitslag, pijn, roodheid, branderig gevoel, eczeem, bultjes en blaasjes, ontsteking, zwelling, verkleuring, schilfering. 

    Raadpleeg uw arts als u hier veel last van heeft.

Soms (bij 10 tot 30 op de 100 mensen)

  • Maagdarmklachten, zoals misselijk zijn, overgeven. Zelden verstopping, maagpijn, zuurbranden, een opgeblazen gevoel en gewichtsafname. Zeer zelden buikpijn, diarree en gewichtstoename. 

    Deze bijwerkingen treden vooral in het begin van de behandeling op. Meestal helpt het als u het medicijn met wat voedsel inneemt. Blijft u er ook na enige dagen last van houden? Neem dan contact op met uw arts.

  • Ziek, zwak en moe gevoel, slaperig zijn,  hoofdpijn.

  • Bij gebruik bij rusteloze benen: steeds vroeger op de dag last van rusteloze benen.

    Het is niet duidelijk of dit door het medicijn komt of dat de aandoening zelf erger wordt. Overleg met uw arts over aanpassing van de dosering of overstappen op een ander medicijn.

  • (Draai)duizelig zijn of flauwvallen. Vooral bij opstaan uit uw bed of uit een stoel.

    Dit gaat in het algemeen over als uw lichaam zich heeft ingesteld op het medicijn. Dit is meestal binnen enkele dagen tot weken. Mensen met hartfalen kunnen hier meer last van hebben. Als u zich duizelig voelt, sta dan niet te snel op uit bed of van een stoel. U kunt dan het best even liggen en de benen wat hoger leggen, bijvoorbeeld op een kussen. Blijft u last houden? Bespreek dit dan met uw arts.

Zelden (bij 1 tot 10 op de 100 mensen)

  • Slaapaanvallen. Dit komt vooral de eerste paar weken voor, als u nog aan dit medicijn moet wennen. Deze slaapaanvallen kunnen plotseling ontstaan, zonder dat u ze voelt aankomen.

    Ze duren van enkele minuten tot enkele uren.
    Rijd geen auto als u slaperig wordt van dit medicijn. Heeft u hier veel last van? Overleg dan met uw arts over verlaging van de dosering.

  • Vasthouden van vocht. Dit merkt u bijvoorbeeld aan gewichtstoename of aan opgezwollen voeten en enkels.

    Als u veel last heeft van opgezwollen benen, kan het helpen om even te gaan liggen met de benen omhoog.

  • Slaapstoornissen, zoals slapeloos zijn, anders dromen dan normaal en nachtmerries.

    Heeft u hier veel last van? Overleg dan met uw arts.

  • Psychische klachten, zoals dingen zien of horen die er niet zijn (hallucinaties en wanen) en prikkelbaar zijn. Zeer zelden verward zijn, opwinding, en agressief gedrag, dwanggedachten of dwanghandelingen. Vooral bij mensen die al psychische klachten hebben.
     

    Als u al psychische klachten heeft, zoals waanvoorstellingen of psychose, geef dan aan uw psychiater door dat u dit medicijn gaat gebruiken. Uw psychiater kan deze klachten extra in de gaten houden.

    Neem contact op met uw arts als u hier last van krijgt. Mogelijk moet de dosering worden aangepast.

  • Hoge bloeddruk, hartkloppingen en zeer zelden een lage bloeddruk, snelle hartslag, onregelmatige hartslag.

    Neem contact op met uw arts als u dit merkt.

  • Overgevoeligheid voor dit medicijn. U merkt dit aan huiduitslag, galbulten of jeuk. Raadpleeg dan uw arts.  

    Een ernstige overgevoeligheid is te merken aan flauwvallen of een zwelling van het gezicht, lippen, mond, tong of keel. U kunt hierbij erg benauwd worden. In zeer zeldzame gevallen ontstaat er een ernstige huidaandoening met blaren op de huid. Waarschuw in al deze gevallen direct een arts of ga naar de Eerste-hulpdienst. 

    Bent u overgevoelig voor dit medicijn? Dan mag u het niet meer gebruiken. Geef dit daarom aan de apotheker door. Het apotheekteam let er dan op dat u dit medicijn niet opnieuw krijgt.

  • Meer zin in vrijen en meer kans op verslaving, zoals overmatig spullen kopen, gokken, medicijngebruik of eetbuien. 

    Deze bijwerkingen gaan over na een verlaging van de dosis of als u met het medicijn stopt. Neem contact op met uw arts als u hier last van heeft.

  • Hik, droge mond en veel zweten. 

  • Bewegingsstoornissen. De bijwerkingen kunnen lijken op de klachten van de ziekte van Parkinson: stijve spieren, beven, moeite met lopen of praten, rusteloos zijn en plotselinge spiertrekkingen. Waarschuw bij deze klachten uw arts. 

    Ouderen, mensen met de ziekte van Parkinson en mensen die al bewegingsstoornissen hebben zijn extra gevoelig voor deze bijwerking. Als u dit merkt, waarschuw dan uw arts.

  •  Onwillekeurige en onrustige bewegingen. 

    Dit komt vooral voor op vaste tijdstippen, bijvoorbeeld vlak na inname van het medicijn. Als u dit medicijn al langer gebruikt kunnen de ongewilde bewegingen ook onverwacht optreden. Raadpleeg uw arts. Mogelijk past uw arts de behandeling aan.

Zeer zelden (bij minder dan 1 op de 100 mensen)

  • Spierkrampen en pijn.

    Meestal is dit onschuldig, maar in zeer zeldzame gevallen kan dit medicijn de spieren aantasten, waardoor ook een nieraandoening kan ontstaan. Neem bij onverklaarbare spierpijn contact op met uw arts.

  • Problemen met zien, zoals wazig zien of het zien van lichtflitsen.

    Heeft u hier last van? Overleg dan met uw arts.

  • Bij het beginnen met het medicijn of bij een hogere dosering kunt u last krijgen van dystone reacties. Dit zijn onwillekeurige spiersamentrekkingen die zorgen voor een verkeerde houding, zoals een scheve nek (torticollis) of een zijwaartse kromming van het lichaam (Pisa‑syndroom).

  • Bij mannen: moeilijker krijgen van een erectie en zaadlozing.

Uitleg frequenties

Regelmatig : bij meer dan 30 op de 100 mensen
Soms : bij 10 tot 30 op de 100 mensen
Zelden : bij 1 tot 10 op de 100 mensen
Zeer zelden : bij minder dan 1 op de 100 mensen

Mag ik rotigotine gebruiken met andere medicijnen?

Dit medicijn heeft wisselwerkingen met andere medicijnen. In de tekst hieronder staan alleen de werkzame stoffen van deze medicijnen, dus niet de merknamen. Of uw medicijn een van die werkzame stoffen bevat, kunt u nagaan in uw bijsluiter onder het kopje ‘samenstelling’.

De medicijnen waarmee de belangrijkste wisselwerkingen optreden, zijn de volgende.

  • Medicijnen tegen wanen (u gelooft of denkt dingen die niet kloppen) en hallucinaties (u ziet, voelt of hoort dingen die er niet zijn) (antipsychotica). Deze gaan de werking van rotigotine tegen. Hierdoor kunt u meer last kunt krijgen van de klachten van de ziekte van Parkinson of van rusteloze benen. Ook kan rotigotine de werking van antipsychotica verminderen. Overleg met uw arts als u deze medicijnen gebruikt.
  • Bepaalde medicijnen tegen misselijk zijn en overgeven, zoals droperidol. Deze gaan elkaars werking tegen en verergeren de klachten van de ziekte van Parkinson. Overleg met uw arts als u deze medicijnen gebruikt.

Kan ik met dit medicijn autorijden, alcohol drinken en alles eten of drinken?

autorijden?
Het kan gevaarlijk zijn aan het verkeer deel te nemen als u dit medicijn gebruikt. Dit komt door bijwerkingen, zoals slaperig, in de war en duizelig zijn, slaapaanvallen en hallucinaties. 
Plotselinge slaapaanvallen voelen de meeste mensen niet aankomen. U mag NIET autorijden als u daar wel eens last van heeft.

U mag de eerste paar dagen dat u dit medicijn gebruikt niet autorijden. Na een paar dagen zijn de meeste mensen voldoende gewend geraakt aan de effecten. U mag dan weer autorijden. Maar doe dat alleen als u geen last meer heeft van de bijwerkingen. 

Gebruikt u ook andere medicijnen die deze bijwerkingen geven? Let er dan op dat u meer last kunt hebben van deze bijwerkingen.

Let op: ook de ziekte van Parkinson kan een reden zijn dat u niet mag autorijden. Overleg met uw arts of dat bij u het geval is. Wilt u meer informatie over autorijden bij bepaalde aandoeningen? Kijk dan op de website van het CBR.

Voor meer algemene informatie kunt u het thema ‘Medicijnen in het verkeer’ lezen. In dit thema leest u bijvoorbeeld wat de wet zegt over medicijnen in het verkeer. Ook vindt u adviezen waarmee u rekening moet houden als u wel (weer) mag autorijden.

alcohol drinken?
Drink liever geen alcohol als u dit medicijn gebruikt. Door dit medicijn reageert u veel sterker op alcohol. Ook versterkt alcohol de bijwerkingen van dit medicijn, zoals suf zijn, duizelig zijn, plotselinge slaapaanvallen, maagklachten en een lagere concentratie. Ook als u hier eerder niets van heeft gemerkt. 

alles eten?
U mag eten zoals u normaal doet.

Mag ik dit medicijn gebruiken als ik zwanger ben, wil worden of borstvoeding geef?

Zwangerschap
Overleg met uw arts of apotheker. U kunt dit medicijn beter NIET gebruiken als u zwanger bent of binnenkort wilt worden. Over het gebruik van dit medicijn tijdens de zwangerschap is nog te weinig bekend. Meld het in elk geval aan uw arts en apotheker als u zwanger bent of binnenkort wilt worden. Misschien kan uw arts een ander medicijn voorschrijven. Een medicijn waarvan wel bekend is dat u het veilig kunt gebruiken.

Borstvoeding
Wilt u borstvoeding geven? Overleg dan met uw arts of apotheker. U kunt dit medicijn beter NIET gebruiken als u borstvoeding geeft. Het is niet bekend of dit medicijn in de moedermelk komt. Als het in de moedermelk komt, kan het slecht zijn voor de baby. Wel is bekend dat dit medicijn er voor kan zorgen dat de borstvoeding steeds minder wordt of zelfs stopt. Misschien kan uw arts een ander medicijn voorschrijven. Een medicijn waarvan wel bekend is dat u het veilig kunt gebruiken. Of u kunt kunstvoeding geven.

Hoe gebruik ik dit medicijn?

Kijk voor de juiste dosering altijd op het etiket van de apotheek.

Hoe?

  • Haal de pleister uit het zakje en gebruik het meteen. Verwijder de beschermfolie.
  • Plak de pleister op een droge, schone en onbehaarde huid. Kies een plek op uw buik, dij, heup, zij, schouder of bovenarm.
  • Plak de pleister niet op een huid die rood, kapot of geïrriteerd is.
  • Gebruik geen crème, lotion, olie of poeder op de plek waarop u de pleister plakt. Gebruik het ook niet dichtbij de pleister die u al heeft geplakt. Anders zal de pleister niet goed hechten.
  • Druk de pleister 30 seconden stevig aan met de palm van uw hand.
  • Plak elke nieuwe pleister op een andere plek. Wacht 2 weken voordat u dezelfde plek weer gebruikt. Zo kan uw huid goed herstellen.
  • Zorg dat de plek met de pleister niet te warm wordt. Ga niet in een warm bad of sauna. Laat de plek niet in fel zonlicht komen. Te veel warmte zorgt ervoor dat het medicijn te snel wordt afgegeven.
  • Laat de pleister per ongeluk los? Druk hem dan opnieuw goed vast.
    Blijft hij niet meer goed plakken? Gebruik dan een nieuwe pleister. Plak de volgende pleister op het gewone tijdstip.
  • Plak na gebruik de pleister dubbel met de kleeflaag naar binnen. Doe de pleister terug in het zakje. Lever hem in bij de apotheek of gooi hem weg bij het klein chemisch afval. Zorg dat kinderen de pleister niet kunnen pakken. Spoel een gebruikte pleister niet door het toilet.

Let op: Deze pleister bevat aluminium. Dat kan problemen geven bij sommige onderzoeken, zoals een MRI-scan. Ook kan het een probleem zijn bij het gebruik van sommige apparaten, zoals een AED bij een hartstilstand. Verwijder de pleister daarom eerst voordat u zo’n onderzoek of behandeling krijgt.

Wanneer?

  • U plakt 1 pleister per dag, bijvoorbeeld in de ochtend of in de avond.
  • Kies vaste tijdstippen, dan vergeet u minder snel een pleister te plakken.

Hoelang?

Ziekte van Parkinson

  • Uw arts zal regelmatig controleren of dit medicijn goed bij u werkt en of uw dosering moet worden aangepast. Als dit medicijn goed werkt, moet u het meestal levenslang gebruiken.
  • In loop van de jaren wordt de Ziekte van Parkinson erger. Dan zal dit medicijn minder goed werken. U merkt dat aan bewegingsproblemen vlak voor de pleister of tussen het plakken van de pleisters. Ook kunt u plotseling verstijven. Soms werkt het medicijn even helemaal niet meer. Uw arts zal daarom regelmatig het effect van dit medicijn met u bespreken. Neem het effect af? Dan zal uw arts de behandeling aanpassen. 

Rusteloze benen

  • Laat de pleister de hele dag zitten, ook als u alleen in de nacht last heeft van rusteloze benen.
  • Overleg na 6 weken met uw arts of uw klachten voldoende zijn verbeterd.
  • Werkt het medicijn goed voor u? Dan kunt u de pleister meestal 3 tot 6 maanden blijven gebruiken.
  • Neem contact op met uw arts als uw klachten erger worden.
Terug naar overzicht